Eerst en vooral vindt er een anamnese plaats, dit is een gesprek met de patient over zijn medische voorgeschiedenis, zijn leefgewoonten, enz. De osteopaat krijgt hierdoor een idee of de patient lange tijd ziek geweest is, hij dagelijks medicatie inneemt, hij operaties achter de rug heeft en/of zware ongelukken heeft gehad. De osteopaat bekijkt medisch beeldmateriaal zoals röntgenfoto’s, CT-scans, bloedanalyses enz.
Er worden uitgebreid vragen gesteld over de klacht zelf: hoe lang bestaat deze al? Wanneer is ze begonnen? Hoe evolueert de klacht in de tijd? Is de klacht “pijn” of “bewegingsbeperking”? Bij welke bewegingen treedt de pijn op?
Het onderzoek begint met observatie van het lichaam. Hierbij wordt nauwkeurig de huid onderzocht op huiduitslag en roodheid, ook asymetrieën van het lichaam worden opgespoord, bvb scheefstand van de schouders ten opzichte van het bekken.
Hierna gaat de osteopaat manueel het lichaam onderzoeken via bepaalde testen. De patient kan gevraagd worden zelf een beweging uit te voeren, ofwel voert de osteopaat de beweging passief uit. Dit alles om tot een diagnose te komen wélke de pijnuitlokkende structuur is die de klacht veroorzaakt.
De behandeling zelf gebeurt door manipulatie, mobilisatie, myotensieve en fasciale technieken. Dikwijls wordt een combinatie van al deze methodes aangewend. bvb bij een geblokkeerde ruggenwervel moet deze gemanipuleerd worden en/of gemobiliseerd en worden de omliggende spieren errond ontspannen. Indien bvb de dikke darm verkleeft is met de psoasspier, zal de verkleving losgemaakt worden met zachte technieken en eventuele blokkages in onderste ruggenwervels nagekeken en losgemaakt.
Gezien uw osteopaat het lichaam als één geheel zit, wordt er ook voedingsadvies meegegeven en tips voor bewegingsoefeningen.